Vandaag was het waterval dag. Je ziet tijdens het autorijden de waterstromen overal van de bergen af naar beneden vallen, maar sommige zijn extra bijzonder. Ik heb niet gegoogeld naar watervallen in Noorwegen, ik kwam ze op Instagram tegen door het algoritme, waarschijnlijk nadat ik er een geliked had. Als ik een mooi filmpje zag, zocht ik de locatie op en als het in de buurt van onze route kwam noteerde ik dat.
Ik vind watervallen een mooi natuurverschijnsel. Water zoekt altijd de weg van de minste weerstand, maar mensenhanden kunnen dat wel een handje helpen en kunnen daar ook nog een attractie van maken met klimpaden erlangs en eroverheen. In Zwitserland bezochten we ‘schluchten’ en in Duitsland ‘klammen’, in Frankrijk ‘gorges’ en hier in Noorwegen bezoeken we ‘fossen’.
Op ongeveer anderhalf uur rijden van onze accommodatie ligt Vøringsfossen, de watervallen van Vøring. Wij reden er vanuit Voss naartoe en op onze route ligt in Voss zelf nog de Bordalsgjelet, een smalle en hoge kloof met een klein voorproefje van het watergeweld dat ons nog te wachten stond.
Je voelt hier niet dat je lang in de auto zit. Er valt onderweg zoveel te zien voor ons als toeristen, dat tijd een vaag begrip wordt. Tunnels zijn niet perse interessant, maar de Noren zijn meester in tunnels bouwen en die bouwen ze veel en lang; een acht of tien kilometer lange tunnel is niets. Deze was wel de moeite waard: vlak voor we bij de Hardangerfjord aankwamen, reden we door een tunnel met rotonde.
Na de tunnel reden we zo de Hardangerbrua (brua = brug) op, een van de langste hangbruggen ter wereld met een lengte van maar liefst 1380 meter. Aan het einde van de brug zag ik wat mensen staan op een platform met uitzicht op de brug en ik zei meteen tegen Rob: “Daar gaan we naartoe”. De parkeerplaats was snel gevonden en het was de moeite waard om even uit te stappen en naar het platform te lopen. Wat een plaatje was dat (zie bovenaan), die schitterende brug met daaronder het turquoise water van de fjord!

Na deze korte pauze vervolgden we onze weg naar Vøringsfossen. De Hardangerfjord was indrukwekkend en de verandering van omgeving blijft fascinerend. De laatste tien kilometer zag onze route er op de navigatie uit als spaghetti, maar het reed heerlijk met al die bochten. We kwamen aan op een groot parkeerterrein met goede sanitaire voorzieningen (geen horeca) en konden zo de wandelpaden oplopen naar de watervallen.
Van tevoren hadden we ons niet specifiek verdiept in Vøringsfossen en we lieten ons verrassen. In eerste instantie leek het een beetje teleurstellend, maar uiteindelijk bleek er een gigantische wandelroute aangelegd te zijn rondom meerdere grote watervallen. De hoogste maakt een vrije val van 182 meter en toen ik daar boven op een uitstekend platform stond kreeg ik wel kriebels in m’n buik van die duizelingwekkende hoogte. Ik heb m’n telefoon fijn geknepen; als je ‘m daar verliest vind je ‘m nooit meer terug.

Het pad was soms moeilijk begaanbaar, over stenen, rotsen, modder en water maar ook over aangelegde bruggen, trappen en platforms. Dit is niet voor mensen die slecht ter been zijn. Langs het soms hele steile pad is een reling gemaakt en die heb je dikwijls nodig voor je evenwicht (glad!) of hele grote stappen of tegenliggers. Je moet er goed op letten waar je je voeten neerzet en we waren zeer content met onze hoge wandelschoenen!



We liepen de hele route van beneden naar boven en kwamen er achter dat boven aan de watervallen een hotel staat met parkeerplaats. Op dat niveau is het pad redelijk toegankelijk voor mensen die minder goed ter been zijn, daar stopten ook touringcars. Als je naar boven gaat, moet je natuurlijk ook weer naar beneden. Voor mijn knieën is dat meestal zwaarder dan naar boven, maar ik laat me daar niet door tegenhouden. Ik heb van elke seconde en elk uitzicht genoten, net als van het klaterende geweld van het vallende, stromende water.


Ik weet niet of we op het juiste moment hier zijn, maar het is nergens te vol of te druk, heerlijk. We reden dezelfde weg terug en dan zie je weer andere dingen dan op de heenweg, vanwege het bochtige en bergachtige landschap. Als de zon bijvoorbeeld doorbreekt, weet je soms niet wat je ziet. Alsof er een spot op de toppen van de dennenbomen schijnt, wat een prachtig contrast geeft tussen licht en donker. Mijn ogen worden zó verwend deze vakantie!
Dicht bij ons huisje zijn we ook nog naar een waterval geweest, de Tvindefossen. Die was ook prachtig, maar daar zijn we maar kort geweest, want het was er gruwelijk koud en nat en winderig, alsof de waterval rechtstreeks van de gletsjers af kwam!

Eenmaal terug bij onze accommodatie hebben we een nacht bijgeboekt. Het voelt goed hier, want we kunnen hier ook heerlijk relaxen. We hadden eventueel de Låtefoss waterval op onze planning staan voor morgen, maar weten nog niet of we daar twee uur heen en twee uur terug voor willen rijden. Het is een spektakel, maar niet zoals Vøringsfossen met wandelroutes en dat maakt het juist zo leuk. We’ll just go with the flow!

Ik heb nog niet echt gelegenheid gehad om foto’s te maken of delen van ons huisje, maar zo zien de huisjes er van buiten uit, met een groen dak. Veel van dit soort huisjes hebben zo’n dak, waardoor ze helemaal wegvallen tegen de achtergrond. Ik ben ook fan van de Noorse woonhuizen; ik hou nu eenmaal veel van hout!
